11 november 2012

Gedaanteverwisseling

Gisteren Kafka's De Gedaanteverwisseling gratis bij de Volkskrant gekregen en nog dezelfde dag dit gegeven paard meteen maar in de bek gekeken en gezien dat het goed was. Dun boekje (60 blz). Je leest het zo uit. Een wat bizar verhaal maar je blijft lezen omdat je moet weten hoe het afloopt.

Plotselinge, dramatische gebeurtenissen in het leven kunnen een onverwacht en onvoorspelbaar effect hebben op wie je bent. Je merkt dat er iets wezenlijks in je is veranderd; je zit anders in je vel en dat is best wel wennen.
De zich plotseling op vorstelijke wagens bevindende jonge vrouw in Hooglied roept uit : "ik kende mezelf niet meer." Ze moest gaan ontdekken wat een leven op vorstelijke wagens betekende. Welke gedragingen daarbij horen, welke garderobe, welke taal en ga maar door.
De gewone vrouw wordt een prinses en de twee werelden die bij deze werkelijkheden horen moeten op de een of andere manier in het wezen van die vrouw versmelten. Je kunt ze maar moeilijk gescheiden houden.
Je omgeving reageert plotseling ook anders op je. Mensen kijken je raar aan en sommigen vragen je openlijk wat er met je aan de hand is, wat er is gebeurd.

Maar ook vorstelijke wagens wennen.
Een beetje.

Kafka tekent een uitvergroot karikatuur van een fenomeen dat we allemaal kennen: gedragsveranderingen die het gevolg zijn van plotseling veranderende situaties. Die nieuwe baan, die nieuwe vrouw of man in je leven, andere verantwoordelijkheid, het winnen van de lotto, een zwaar ongeluk, een bekering.
Het is geen kwestie van keuze; wil ik deze nieuwe situatie eigenlijk wel? De situatie is de nieuwe werkelijkheid. Vervolgens begint de lange reis naar het vinden van een compromis aan houdingen, gedragingen en zelfs waarden die zich vertalen in een nieuwe kijk op jezelf, de wereld, anderen en God.

Ik vraag me regelmatig af wie ik werkelijk ben. Stel je een wereld voor waarin geen verplichtingen zijn, geen verwachtingen of verantwoordelijkheden. Veel mensen streven naar authenticiteit maar de werkelijkheid is dat we allemaal enige tot zeer grote mate van aangepast gedrag manifesteren.
Wat Kafka volgens mij, onder andere, wil laten zien in zijn verhaal is dat we ten diepste trouw blijven aan het ware, diepere zelf. Het lijkt onontkoombaar. Als de hoofdpersoon tot dat punt komt, dat zich uit in een vredige berusting, is het boek ook uit.

Ik kon moeilijk anders dan dit vertalen naar de reis van de Christen die, na bij het kruis van Golgotha te zijn geweest, zich plotseling in die volkomen nieuwe wereld aantreft (zie mijn blog over de doop van een week geleden). Na de eerste euforische maanden komt men zichzelf keihard tegen: die ouwe gast is er ook nog.
Die tweestrijd wordt met name in het Nieuwe Testament op verschillende manieren benoemd en genoemd.
Ja, je staat nu op die vorstelijke wagen maar wordt blijvend herinnert aan je schamele, karige achtergrond.
Dat wrikt.
Het Evangelie krijgt vooral kracht in het leven van de gelovige bij de ontdekking dat Genade de enige verbindende en helende factor is.

09 november 2012

Geld en zending

De zending bestaat bij de gratie van het vertrouwen dat de financiële supporters en kerken hebben in het zendende instituut en/of de zendingswerker. Helaas is geld te vaak de factor die bepaalt of iets onder het kopje zending terechtkomt of onder gewoon betaald werk.
Maakt de noodzaak tot financiële sponsoring een activiteit plotseling een zendingsactiviteit? Hoe zit het dan met de zakenman die besluit om een winstgevende onderneming op te zetten in een moeilijk voor het evangelie bereikbaar land met als doel die zaak in te richten op basis van bijbelse normen en waarden.
En andersom, is de licht autistische IT man/vrouw die acht tot achttien uur per dag achter een computerscherm zit, ervoor zorgend dat duizenden werkers toegang hebben tot hun door versleuteling veilig gestelde e-mailverkeer nog wel een zending.
Omdat de ene activiteit onder andere ten doel heeft inkomen en winst te genereren en de tweede activiteit 100% afhankelijk is van de financiële support van derden, wordt het laatste eerder als zendingsacitiviteit gekwalificeerd.

De term "zending" is een beetje ongelukkig. In de Bijbel komt het niet voor. Wel in een andere vorm, die van apostello: gezondene. Het staat achter niet zo stoer en roept het een en ander aan vragen op als zendelingen zich plotseling apostelen zouden gaan noemen. Het gebeurt wel maar vaak is de titel apostel voorbehouden aan omhooggevallen voorgangers of 'pastors' die de titel voor zichzelf claimen en leiding gaven aan een klein of groot kuddeke volgelingen.

Image: Martijn den Ouden, 1993
De apostel Paulus noemt in zijn brieven meer dan veertig namen van mannen en vrouwen die direct en indirect bij zijn werk betrokken waren. Zonder deze mannen en vrouwen zou Paulus "zijn" werk niet hebben kunnen doen. Waren dat allemaal zendelingen? Wij zouden een onderscheid maken tussen de helpers die full-time hielpen en om die reden voor hun onderhoud afhankelijk waren van de vrijgevigheid en de helpers die af en toe een visje bakten, hun huis openstelden, een collecte ophaalden, een schip beschikbaar stelden.

Het werk dat de 'zendeling' doet is het werk van de kerk en niet van hem/haarzelf of de organisatie. De zendeling valt misschien wat meer op omdat hij de taak die alle christenen is opgedragen in een andere geografische locatie uitvoert en/of binnen een organisatie die een product 'verkoopt' dat geen inkomen en/of geldelijke winst genereert en daarom afhankelijk is van de loyale en genereuze financiële ondersteuning door derden.

De term zending en zendeling staat nog te ver van de kerk af en houdt polarisatie in stand en vergroot deze zelfs. Zendelingen staan over het algemeen als zodanig te boek omdat  er een relatie van financiële afhankelijkheid bestaat tussen hen en de kerk. Dat kan zelfs leiden tot en verkapte afkoop mentaliteit: "Onze kerk heeft werk in Istan." Dit voorziet in twee behoeftes. Die van de werker die afhankelijk is van de support van de kerk en die van de kerk omdat ze een werker in Istan heeft en die werker dus een verkapte arbeidsverhouding met die kerk heeft. De zakenman die een zaak vestigt in Istan, juist met de bedoeling om een tastbaar getuigenis van het Evangelie te exporteren wordt echter niet onder "ons" gerekend. Het een is Gods werk het andere niet.
Het is meer dan spraakverwarring. Het heeft alles te maken met het ontbreken van een helder besef dat de opdracht om discipelen te maken van alle volken, de gehele kerk beslaat.

04 november 2012

Dopen

Vanmiddag een doopdienst. Vier volgelingen van Jezus willen hun beslissing om Hem te erkennen en belijden als Heer verankeren in deze rite.
Eigenlijk wel een mooi woord: rite. Dat staat voor "overgangsritueel" en dat is precies wat het is. Je wordt er geen betere of andere gelovige door maar het is een openbare belijdenis en demonstratie waar de dopeling  zijn oude kloffie, besmet en besmeurd door de zonde, symbolisch uitdoet en vervolgens "met Christus bekleed" wordt.

Een mooie illustratie is die van het volk Israël dat, onder leiding van Mozes en achtervolgd door vijanden in een patstelling terechtkomt. Vóór hen is de zee en achter hen stormen de vijanden op hen af. Welke kant ze ook op willen, het wordt een keuze tussen dood door het zwaard of door verdrinking.
God grijpt in en voorziet op bovennatuurlijke wijze in een droog pad door de zee. Het volk Israël snelt zich door deze uitweg. Als ze aan de andere kant aankomen bevindt de vijand zich inmiddels ook op het droge pad. God sluit de zee weer en alle vijanden komen om.
Ik probeer me wel  eens voor te stellen wat dat voor gevoel moet hebben opgeroepen. Generaties lang zijn jij en je voorouders onderdrukt en uitgebuit geweest en van het ene op het andere moment bevindt je je in een totaal nieuwe wereld waar geen angst voor de vijand meer nodig is. Wat God altijd al wilde kan nu gebeuren: Israël kan God gaan volgen zonder nog langer door de vijand gehinderd te worden. Israël kan er nu helemaal voor God zijn. Of dat ideale scenario zich ook daadwerkelijk zo ontvouwde kan in de rest van het Oude Testament worden gelezen. Het komt er in het kort op neer dat de Israëlieten hun eigen grootste vijand en hindernis bleken te zijn.
Geloof dat mogelijk is, is niet hetzelfde als het geloof dat gepraktiseerd wordt.

Deze rite levert binnen de evangelische kring toch ook wel de nodige discussie op en het is voor velen vaak een moeizame weg om tot het punt van de doop te komen. Met name voor de migranten (van bijvoorbeeld PKN naar Baptisme). Baptisten, evenals veel charismatische groepen, leggen een sterke nadruk op de volwassendoop. Vaak is de volwassendoop ook de kwalificatie voor lidmaatschap. Volwassenen die als kind gedoopt zijn en zich later bij een evangelische club aansluiten gaan vaak door een moeizaam traject dat  tot spanningen in het huwelijk en de familie kan leiden.
Ook het opgroeien in een evangelische setting levert de nodige vragen op. Wanneer hoor ik er nu wel of niet bij? Wanneer mag ik me laten dopen?
Ook wordt het proces nodeloos ingewikkeld gemaakt door "doopbijbelstudies" te introduceren. Men moet dan een soort van cursus volgen die de dopeling tot een bepaalde mate van inzicht en begrip doet groeien totdat de persoon "er klaar voor is." Zelf ben ik hier niet zo'n voorstander van. Na 35 jaar volgeling van Jezus te zijn begrijp ik de filosofie wel maar de gedachte die deze filosofie draagt, de genade van God, begrijp ik nauwelijks. Bovendien zijn de meeste preken op zondag al korte verklaringen aangaande de doop.

Het is een stuk eenvoudiger als je vanuit een andere religie of vanuit helemaal geen religie besluit om een volgeling van Jezus te worden. Als je begrijpt wat Jezus voor je gedaan heeft en je besluit dat je Hem wilt volgen; als er water in de buurt is, meteen dopen!
Moslims begrijpen de kracht van deze rite veel beter en in hun context is de doop cruciaal. Een moslim die zich laat dopen maakt een statement waarmee hij de banden met zijn/haar geloofssyteem doorbreekt. Het is dan ook een heftige gebeurtenis die hem/haar letterlijk het leven kan kosten; het kantelpunt dat het signaal afgeeft aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken: deze man of vrouw is serieus en niet meer te behouden en krijgt het stigma "afvallige" opgeplakt.

"Bekleden met Christus" is zo'n beetje equivalent aan het aanschaffen van een nieuwe garderobe. De doop is daarmee ook een uitnodiging aan geloofsgenoten om elkaar te bevragen op kleedgedrag: "als je je met Christus hebt bekleed, waarom draag je die oude jas dan nog, of die oude spijkerbroek?
Een nieuwe garderobe is wel even wennen. Maar al gauw merk je dat de nieuwe kleding veel beter bij je past. En dat voelt goed.

31 oktober 2012

Gerommel in de schaduw

Er was nogal wat kritiek op de volgelingen van Jezus die schoorvoetend (sommigen met wat meer bravoure) de door Jezus geclaimde nieuwe ruimte betraden. De traditionele feesten, het houden van de sabbat, wat je allemaal wel en niet mocht eten; het leek wel alsof ze niet zo belangrijk meer waren voor die Jezusvolgers.
Ook waren er in de nieuwe kerk volgelingen van Jezus die trouw bleven aan de eeuwenoude tradities en waren er wat aanvaringen tussen deze conservatieven en de ietwat rebelse progressieven.
En dan schrijft Paulus een brief waarin hij stelt dat de traditionele feesten, de voorschriften over wat wel en niet gegeten mocht worden en zelfs de sabbat niet meer dan schaduwen zijn van dingen die moeten komen. Dat helpt natuurlijk niet echt.

Toen er nog geen licht was, was de schaduw alles wat er was. De rijdende rechter zou hebben gezegd dat ze het daar dan maar mee moesten doen.
Maar nu was er een licht gekomen dat "werkelijkheid" heet. Al het oude wordt in dat nieuwe licht geplaatst en krijgt een andere plaats en betekenis.
Toch gaven velen er de voorkeur aan om rond te blijven rommelen in die schaduw. Waarom?
Tja, het gaf een gevoel van zekerheid en maakte het allemaal nog een beetje meetbaar. De schaduw stelt je in staat om te bepalen hoe je het doet in vergelijking met anderen. Bovendien, als God er toen "blij" mee was, zal Hij dat nu toch ook nog wel zijn.

En dan had je nog lieden die indruk maakten en velen achter zich aan wisten te slepen door een soort van gemaakte nederige houding, een geclaimd rechtstreeks contact met de onzichtbare wereld en de claim op visioenen; het maakte op velen een diep indruk.
Paulus heeft er weinig goeds over te zeggen: "het is allemaal zelfzucht en ze houden zich niet aan Christus, het hoofd."
Velen vroegen zich af of Paulus het ook zo scherp zou zeggen als hij die fijne, nederige en o zo geestelijke mannen (ja, het waren vooral mannen) zou ontmoeten. Ze dachten dat hij het dan wel zou inzien dat ze authentiek waren.

Tja, er is maar weinig veranderd. Waarom heeft de schaduw zo'n aantrekkingskracht op velen? Ik denk dat het met onzekerheid heeft te maken en het verlangen naar een meetbaar geloof. Om Christus te zien moet ik de schaduw achter me laten. Maar het voelt een beetje kaal en vooral confronterend als er niets tussen mij en Christus staat. Dan is alles zo..., ja wat is een goed woord om aan te geven wat ik bedoel... dan is alles zo zichtbaar en wordt duidelijk wie Hij werkelijk is, maar ook wie ik werkelijk ben.
Nou zeg, dat dat zomaar kan! Dat dat mogelijk is!
Daar hebben we een woord voor: Genade!

Naar Kolossenzen 2:16-19

30 oktober 2012

Gans naakt

Bij gebrek aan een kale gans
 hier dan maar een kale kip
Nee, het gaat niet over naakte ganzen maar over ganse naakten. Ik moet eerlijk zeggen dat het een beetje absurd klinkt, vooral als je het hardop leest maar Paulus schrijft in Kolossenzen 2:9 dat het geloof in Christus ertoe heeft geleid dat Hij "... u ontdaan heeft van uw hele zondige bestaan."

Kaalgeplukt.
Helemaal.
Gans.

Nou, hoor ik mezelf zeggen, daar is dan niet zoveel van te zien. Ik claim een volgeling van Jezus te zijn en volgens Paulus geldt dit voor alle gelovigen.
Ik kijk in de spiegel. Zie ik daar een man wiens zondige bestaan helemaal is weggeplukt?

Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als het geloof in Christus me slechts voor een deel zou ontdoen van dat zondige bestaan. Dat werkt al helemaal niet. Het idee van een soort van halve verlossing is nog absurder. Je bent vrij, of je bent het niet. Half vrij werkt niet. Alleen bij melk, kaas en yoghurt en dat soort artikelen.

Wat Paulus duidelijk wil maken is dat de verlossing in Christus volledig is. Door mijn geloof ben ik met Hem begraven en opgewekt, van een doods bestaan naar een levend bestaan overgegaan en zijn al mijn overtredingen vergeven.

Van duister naar licht.
Van zwart naar wit.
En dat allemaal via rood.

Het is groot. Zo groot dat het bijna absurd is. Ik geloof dat we daar het woord genade voor gebruiken.

29 oktober 2012

De brede rug van God

"Wat moet je doen wanneer een mens zich verschanst achter Gods brede rug?" laat Guus Kuijer Cham, een van de zonen van Noach, in zijn De Bijbel voor ongelovigen, denken.
Guus Kuijer mag dan niet geheel onomstreden zijn en zijn er tal van gelovigen die zich bij voorbaat al een mening denken te kunnen vormen zonder het boek te hebben gelezen; de vraag die Cham stelt is niet uit de lucht gegrepen. Het is alsof er een deur voor je neus wordt dichtgegooid als iemand een mededeling doet die begint met ...

"De Heer heeft me laten zien dat..."
"De Heer heeft me opgedragen om..."
"De Heer heeft me gezegd...."

Keuzes worden op basis van dit soort inzichten gerechtvaardigd en een gesprek erover is nauwelijks mogelijk.

Ik heb het dan niet over zaken die we leren door het lezen van het Woord waardoor we worden aangesproken om ons gedrag of een verkeerde houding te veranderen. De Bergrede bijvoorbeeld is een onuitputtelijke bron van gedragsveranderende triggers en hoe meer je er over leest en nadenkt, hoe meer je de Heer hoort spreken.

Ik heb het over dat vage, dat ontastbare en oncontroleerbare waarin eigenwijsheid vaak opgesloten zit en de verantwoordelijkheid voor keuzes voor een belangrijk deel naar God toe wordt geschoven.
Want wat als het fout gaat? Wie heeft het dan gedaan?

Het verbaast mij al zo lang dat veel christenen op zoek zijn naar Zijn wil voor hun persoonlijke leven. Dat komt in onze Westerse wereld vooral neer op je ding vinden en je ding doen: zelfrealisatie is een deugd geworden.
"Zending" is niet echt mijn ding," hoor ik bijvoorbeeld regelmatig. Nu ga ik even niet in op waar we het dan over hebben want "zending" is gewoon een heel raar ding en ik kan me goed voorstellen dat velen, bij het beeld wat ze daarbij hebben, daar geen trek in hebben. Daarover in een latere Blog meer.

Stel je nu eens voor dat christenen dat wat er al door de Heer gezegd is consequent in praktijk zouden brengen:  Het liefhebben van de naaste als zichzelf, alle volken tot Zijn leerlingen maken, de vrijheid gebruiken om anderen te dienen....?
Voor het niet uitvoeren van wat er al is opgedragen is geen rug te vinden om achter te schuilen.

Schuilen achter de brede rug van God doe je om heel andere redenen. In Kolossenzen waren handige praters actief die mensen over wisten te halen om wat door te studeren op wat tradities hen te bieden zouden hebben. Tradities schreven voor dat lot, zin en betekenis te vinden was in de elementen. Paulus drukt hen op het hart: het is Christus. In Hem leven en bewegen wij. Achter deze waarheid is het goed schuilen.

26 oktober 2012

Hersenspoeling en hersendruppeling

Hersenspoelen is een methode waarbij bij een persoon de oude gedachte- en ideeënpatronen, inclusief zijn normen-en-waardenstelsel, wordt uitgewist en vervangen door nieuwe ("herprogrammeren") (bron: Wiki).
De wetenschappelijke basis achter het idee lijkt wat dunnetjes te zijn en er wordt verschillend over gedacht in welke mate iemand kan worden geherprogrammeerd.
Over Nederland vindt hersenspoeling in extreme zin niet vaak meer plaats. Hersendruppeling is echter de gewoonste zaak van de wereld. Zojuist heb ik mezelf volgedruppeld met Kolossenzen 2:6-7 en om het effect van de druppels te vergroten, schrijf ik de gedachten, ideeën en vragen die deze twee verzen oproepen in een dagboek op.
Uiteindelijk leiden veel druppels tot een spoeling en deze vormt en bepaalt mijn kijk op mezelf, anderen, God en de wereld. Ik kan daar heel erg geestelijk over doen maar het is niet veel meer dan een biochemisch proces. Daar doe je niet veel aan. Het gebeurt willens en wetens.
Druppels vormen mijn denken en mijn denken ligt ten grondslag aan mijn doen (Kanttekening: het is zeer wel mogelijk dat ons doen meer ons denken informeert dan andersom, maar daarover in een toekomstige Blog meer).
Het goede nieuws is dat ik kan kiezen aan welke druppels ik me blootstel.
Terwijl ik Kolossenzen 2:6-7 lees en overdenk doen de vroege druppels van vandaag (die tijdens het eten van mijn banaan en het drinken van mijn Illy expresso via de ether 'tot mij kwamen') mij nadenken en fantaseren over:

  • Oorlogsmisdadigers, en met name Klaas Faber
  • Eva Jinek en Leonie ter Braak
  • Tatjana op haar 49ste in de Playboy
  • Henk Westbroek over herfst-, winter-, lente-, en zomer depressies
  • Het asymmetrische gezicht van de journaal nieuwslezeres inclusief het spleetje tussen haar voortanden.

Ik probeer de druppels van me af te schudden en concentreer me op de druppels die zich vanuit Kolossenzen aandienen:
Nu ik Jezus Christus aanvaard heb als Heer behoor ik hetzelfde pad te bewandelen. Mijn wortels in Hem, bouwen op Hem en vasthouden aan Hem terwijl mijn hart overvloeit van dankbaarheid.
Dat laatste is een interessante in de context van deze Blog. Overvloeien begint bij druppelen. Zonder druppels zal er nooit iets overvloeien.

Niemand staat ongedruppelt of ongespoelt in het leven. Hoe harder iemand zegt authentiek te zijn en voor zichzelf na te denken, hoe groter de verdenking zou moeten zijn op de aanwezigheid van een emmer die danig in de weg is gaan zitten.

Het idee wat in deze afbeelding wordt geïllustreerd is deels waar. Ik schrijf "deels" omdat er m.i. nog andere zaken een rol spelen bij de vorming van een religieus bewustzijn.
Het idee impliceert echter dat niet religieuzen niet het slachtoffer zijn van georganiseerde hersenspoeling. Niet religieuzen mogen zich dan wellicht aan een minder strikt georganiseerd proces van hersenspoeling houden; ook zij kiezen bewust of onbewust voor blootstelling aan tal van druppels die samen een aardige spoeling opleveren. Waar niet religieuze en religieuze personen dat onderkennen is er zowaar een constructief gesprek mogelijk. Met elkaar en ook onder elkaar.








24 oktober 2012

De speciale dienst

Je komt ze tegen in allerlei geuren, kleuren en maten: de speciale dienst. Het speciale aspect van de te houden bijeenkomst dient ervoor om een bijzonder groep te verleiden om toch maar eens te komen kijken, of om een niet alledaags onderwerp aan te snijden.
Over het algemeen levert het niet meer en soms zelfs minder bezoekers op.
Jaren geleden had de baptistenkerk in Welland (ON) mijn aanstaande bezoek in de neon verlichte bak in de tuin van de kerk aangekondigd met "This Sunday Jan den Ouden (NL)  will speak on Sex and Missions"). De kerk zat bomvol en ik slaagde erin om beide onderwerpen met elkaar te verbinden. Ik weet alleen niet meer hoe ik dat deed.
Themadiensten waarin de kerk tracht een bijdrage te leveren aan het uitdragen van Gods oplossing voor zo'n beetje alle courante en verwachte problematiek slagen maar ten dele. Met name de iets pikantere thema's kunnen zelfs een averechts effect hebben. Ik heb het meegemaakt dat mensen demonstratief wegliepen uit de dienst toen ik aankondigde de spreken over wat de Bijbel zegt over porno. Een themadienst over "De Celestijnse Belofte," in de tijd dat het gelijknamige boek immens populair was, leverde een volle kerk met geïnteresseerden op maar deed een aantal leden besluiten om een avondje Studio Sport te prefereren.
Op jongerendiensten komen vaak vooral ook ouderen af omdat de preek plotseling een stuk toegankelijker blijkt te kunnen zijn en het allemaal anders mag.
Gelukkig is de volgende zondag alles weer normaal; het voorspelbare en beproefde standaard format van zingen, monoloog en koffie/thee.

De zendingszondag is er ook zo een. Veel kerken, met name de evangelische, hebben het ieder jaar wel een keer op de dagende staan. Een keer per jaar mag het accent liggen op dat onderdeel van de taak van de kerk dat buiten de grenzen van het eigen geografische gebiedje valt: het maken van discipelen van alle volken.
Ik voel me altijd wat ongemakkelijk als ik word gevraagd om een jaarlijkse zendingszondag op te komen luisteren. Ik werk immers voor een zendingsorganisatie en word geacht om mensen "uit te dagen."
Iets klopt er niet in dit plaatje.
Waar de opdracht van Christus om discipelen te maken van alle volken in elke dienst centraal zou moeten staan is deze weggemoffeld en gereduceerd tot een jaarlijkse themadienst.
Begrijp me goed. Het maken van discipelen begint op de eigen grond en dijt uit vanuit dat centrum. Echter, de hoeveelheid energie en middelen die worden geïnvesteerd in het clubje dat zich op de eigen grond bevindt, staat in een zeer ongezonde verhouding tot de investeringen die worden gedaan om hen die nog nooit het verhaal van Jezus hebben gehoord. Zeg ik teveel met mijn bewering dat van iedere euro die in het collectezakje terecht komt er meer dan 90% (in)direct weer bij de gever terechtkomt?

Hoe moet het dan wel? Daar bestaat gewoonweg geen formule of blauwdruk voor. Je kunt structuren en (financieel) beleid veranderen maar dat wil nog niet zeggen dat de individuele gelovige de opdracht om discipelen te maken in het hart sluit en in zijn/haar omgeving bewust op zoek gaat naar mensen die op z'n minst geïnteresseerd zijn in die Jezus en met hen een reis ondernemen die zomaar bij het kruis van Golgotha terecht kan komen.

"Mijn" kerk doet het zo slecht nog niet. Alle betaalde werkers zijn buiten de gemeente werkzaam en de filosofie is dat als je met een paar honderd man bent, alle gaven aanwezig zijn om dat clubje te onderhouden en te doen groeien. Daar is geen betaalde professional voor nodig. Als er al geïnvesteerd wordt is dat in mensen die zich in het buitengebied bezighouden met het maken van discipelen of in het creëren van een plek in het binnengebied dat gericht is op het dienen van de directe omgeving.

Kortom, zolang er nog speciale diensten nodig zijn, doen we het in de gewone diensten blijkbaar niet goed genoeg.






22 oktober 2012

Jezus valt wel mee

Onze nationale brombeer, een mijns inziens onterechte kwalificering van de vaak scherp analyserende Maarten van Rossum, laat in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag de volgende woorden optekenen: "Ik ben nu bezig in het Nieuwe Testament en ik moet zeggen dat Jezus mij honderd procent meevalt. Hij is praktischer ingesteld dan ik dacht. Volgens hem kun je op zondag best iets nuttigs doen als je dat wil."
Ook het "gelovigen mogen God op hun blote knieën danken dat ze in Nederland geboren zijn," kan zo de zak in tegen de achtergrond dat Nederlanders over het algemeen nogal mopperen en klagen.
Beeldvorming is dat wat ik zie door de bril van onder andere mijn verleden, trauma's, negatieve en positieve ervaringen, eigen ideeën (hoewel deze zeer zeldzaam zijn) en wordt mede gekleurd door het gehele socialisatieproces. Objectieve beeldvorming bestaat dan ook niet.
We kijken samen naar een boom en we denken hetzelfde te zien. Niets is minder waar. Je kunt zelfs niet objectief naar de vorm van een boom kijken, ook al besluit je samen dat een boom vooral een bonk hout is dat een langzame verticale beweging richting hemel maakt.
Daar heb je het al. Ik heb het net gedaan. Ik heb het beeld van de lezer over bomen gemanipuleerd. Want, zeg nou zelf, als je nu naar een boom kijkt wil je jezelf ervan vergewissen dat het meer is dan een bonk hout dat naar de hemel wijst. Maar je neemt de waarschijnlijk nieuwe of andere invalshoek wel mee in je beeldvorming.
"Praktisch" is een belangrijke waarde voor van Rossum. Voor degenen die hem regelmatig op televisie zien of op de radio horen, is dat geen verrassing. Hij lijkt de meeste zaken te bekritiseren op de praktische waarde ervan. Als deze wordt gevonden, voegt het iets toe. Is deze er niet, dan is het flauwekul.
In dit subjectieve licht valt Jezus hem honderd procent mee. Dat maakt van Rossum nog geen idolate volgeling van Jezus. Hij heeft slechts door het brilletje van praktische waarde naar Hem gekeken.

Ik geloof dus niet dat de mens in staat is om objectief naar iets te kijken. Wel kan men het objectiviteitsgehalte verhogen door bewust meer afstand te nemen van de subjectieve elementen die het beeld over iets of iemand bepalen. Dat is echter nogal veel gevraagd omdat je iemand verzoekt naar een eigen idee of gedachte te kijken als zouden deze berust zijn op onwaarheden. Of op z'n minst erkennen dat het "eigen gelijk" nooit objectief is. De ruimte die hierdoor ontstaat maakt een constructief gesprek mogelijk.
Als ik her en der de christelijke fora virtueel doorblader valt me op dat het veel christenen aan het vermogen of de wil ontbreekt om ook maar enige mate van objectivering aan de dag te leggen. Ik vermoed dat angst hen tegenhoudt. Heilige huisjes die nauwkeurig zijn geconstrueerd en stevig in tradities en dogma's zijn verankerd, ontnemen de mens de mogelijkheid om van tunnelvisie naar een ietwat objectievere en bredere beeldvorming te migreren.
Vandaag ga ik het Evangelie nog eens lezen door de bril van Maarten. Best wel verfrissend eigenlijk.
Maarten, bedankt!

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...