31 januari 2010

De stille strijd

Diep achterin het vliegtuig, op de laatste rij waar de stoelen geen ruimte hebben om achterover te hellen, geklemd tegen de toiletgroep, speelt de stille strijd zich af om wie het grootste gedeelte van de acht centimeter dunne, gedeelde armleuning mag claimen. Omdat ik als laatste in Mumbai aan boord ging was de middenstoel bezet door een Indiër die zijn territorium al had afgebakend. Een groot gedeelte van de nacht speelde de machtsstrijd zich zwijgend af. Je grijpt je kans als de buurman naar het toilet gaat. De Indiër heeft echter weinig gevoel voor priveruimte en vlijt zich zonder enige gene tegen mijn rechter bovenbeen en -arm aan. De wuft van zijn met mottenballen doordrenkte leren jas, bezwangerd de directe ruimte om ons heen en ik draai mijn hoofd in de richting van het gangpad waar de derrières van van andere, door hoge nood gedreven, medepassagiers zich tot op enkele centimeters van mijn reukorgaan opstellen. Na negen en een half uur vliegen en een tocht door de krochten van Heathrow airport ben ik eindelijk buiten. De koude, knisperende Londense lucht vult mijn longen; bijna thuis. Nog vier uur wachten op de laatste vlucht van dit drie weken durende Indiase avontuur. Ik ben een zeer gezegend mens!

30 januari 2010

India 21, Finale

Vandaag de grote dag. Ik ga weer terug naar huis. Vrijwel dagelijks contact gehad met thuis. Martha is zelfs aan de webcam. Het zag er grijs en grauw uit in Nederland.

Genieten was het de afgelopen week in de klas “Organizational Theories and Design.” Van alle onderwerpen heb ik hier het meest aan. Ik kan er meteen mee aan de slag en het heeft me bijzonder geholpen in het begrijpen van leer- en teamdynamiek. De prof heeft een aantal onderzoeken voor de Britse regering gedaan en heeft een container aan ervaringen en inzichten bij zich. Van hem wil ik graag meer leren en ik heb hem gevraagd om me te helpen in een aantal zaken waar ik binnen mijn werk tegenaan loop.

Gisteren m’n eerste slechte cijfer teruggehad. Een zeventje voor Person and Work of Christ. Ik snap er helemaal niets van, maar ook weer wel. De prof is uiterst Calvinistisch en ik weigerde om in al z’n gedachtegangen mee te gaan. Daar heb ik strafpunten voor gekregen, hoewel ik zijn commentaar op mijn werk nog moet zien. Ik heb hem een mail gestuurd omdat hij verplicht is zijn waardering voor de opdrachten duidelijk te motiveren. Aan de andere kant kan ik er wel mee leven. Een zeven was op de middelbare school het maximale dat ik kreeg. Als ik een acht kreeg vond ik dat ik te goed mijn best had gedaan en tijd had verkwist! Maar hier gaat het om meer.

Genoeg gemopperd. Vandaag reden tot blijheid. Over een paar uur ga ik mijn koffer pakken. Morgen afhaal chinees bij Martijn en Eveline in Amsterdam. Martha en Ruben (en hopelijk Ellen) komen me ophalen en we rijden dan door naar M & E. Ik kan niet wachten!

29 januari 2010

India 20, beknorren

SCOLD
schelden op, uitschelden, uitkafferen, uitfoeteren, uitvloeken, uitbrander geven, beknorren

Een veel gebezigde praktijk in India is "scolding". Mannen doen het naar hun vrouwen toe, onderwijzend personeel naar de leerlingen, superieuren naar ondergeschikten en teamleiders naar teamleden. Ik vroeg mijn buurvrouw hoe ze het vond om teamleidster te zijn. Ze vertelde me dat ze het maar niets vond omdat ze liever op vriendschappelijk basis met teamleden omgaat en nu moet ze ze publiekelijk beknorren als de ondergeschikte teamleden om wat voor reden dan ook niet in de pas lopen. Mijn suggestie dat er ook andere manieren zijn om ongewenst gedrag om te buigen in gewenst gedrag, werd weggewuifd. "Zo doen we dat en als ik stop me beknorren, verlies ik het respect van de teamleden en nemen ze een loopje met me."
Tijdens een college over machtsdynamieken vertelde een collega/medestudent me over de plaats van de vrouw in het gezin. "Als ik ontspannen tevee zit te kijken en ik heb de afstandsbediening nodig roep ik mijn vrouw uit de keuken en, omdat ze van me houdt en me graag dient, zal ze me met vreugde de afstandsbediening aanreiken. Ik dacht dat hij een grapje maakte maar de andere getrouwde mannelijke studenten vielen hem bij. Mocht de vrouw besluiten dat haar echtgenoot de afstandsbediening best wel zelf kan pakken, volgt er een serieuze beknorring. Ik vertelde hem dat, als ik zijn vrouw was, hem minstens een knietje zou geven!

28 januari 2010

India 19, David's lijst

Na drie jaar academische studie in Bijbelse interpretatie, systematische theologie, communicatie, interculturele intelligentie, counseling, ethiek, enz. mag je verwachten dat een gemiddelde student het een en andere heeft geleerd. Twee medestudenten, een zakenman en de hoofdmeester van een school hadden wat vragen voor over de heiligheid van de christenen in Nederland. Voor het gemak noem ik ze allebei David.

David: “Hoeveel leden in de kerk?
Ik: “Een paar honderd.”
David: “Leven ze allemaal een heilig leven?”
Ik: “Ik hoop het van harte, maar dat weet ik natuurlijk niet, ik kan dat niet controleren.”
David: “Maar wat doe je als ze een keer niet naar de samenkomst komen?” (Een samenkomst is naast de zondag ook de wekelijkse Bijbelstudie en de wekelijkse gebedsavond).
Jan: “Niets, ze komen dan de volgende week wel weer opdraven.”
David (met een verbaasde blik): “Maar je moet ze dan meteen opzoeken en vermanen.”
Jan: “Ik dacht het niet, ze hebben hun eigen verantwoordelijkheid naar God toe en bovendien hebben we de kringen van waaruit actie wordt ondernomen als een van de leden aan structurele absentie beginnen te lijden.
Zou ik nu een vraag mogen stellen? Hoe ziet een heilig leven er volgens jou dan uit?”

David pakt een vel papier en zonder blikken of blozen schrijft hij in een twintigtal tellen het volgende voor me op:

  1. Niet naar de bioscoop
  2. Geen alcohol
  3. Gezinsgebeden
  4. Vasten
  5. Voorbede
  6. Bijbelklas
  7. Geloof
  8. Hemels Burgerschap

David voegt toe: “Zo ziet het leven van een christen eruit.” Vervolgens krijg ik een uiteenzetting over de opwekkingen die onder John Wesley plaatsvonden. Dat zou volgens David het model moeten zijn voor onze tijd

Ik zal geen verslag doen van de discussie die hierop volgde maar ik uit wel mijn verbazing dat na drie jaar studie dit een van de resultaten is. Sommige tradities, geestelijke, culturele en sociale erfenissen hebben zich zo diep in ons wezen genesteld dat er meer voor nodig is dan (interculturele) studie om een gezondere en meer gebalanceerde kijk op het (christelijk) leven te krijgen.

Later in bed, starend naar het plafond, denk ik terug aan ons gezprek en besluit dat, als David’s leven en denken deels wordt bepaald door een vastgeroeste kijk op iets, dat bij mij ook het geval zal zijn. En dat is inderdaad zo. Ondanks alle studie, leren en lezen in mijn leven, waarbij ik me verdiep in de volmaakte wereld en het volmaakte leven is de praktijk weerbarstiger. En dat bewustzijn geeft 1) ruimte aan de ander en 2) en helpt je om jezelf niet al te serieus te nemen.

27 januari 2010

India 18, Verplichte kost

Wat is toch het vreemde fenomeen dat, wanneer iemand mij tot iets verplicht, alles in mij in opstand komt en het tegenovergestelde wil doen? Vandaag is er een hotemetoot op de campus en wordt iedereen geacht naar zijn praatje te komen luisteren. Het is een soort van auditor die “controleert” of het instituut aan de voorwaarden voor kwalificatie voldoet.

Terugkomend op de vraag en nadenkend over het antwoord kan ik een antwoord formuleren. Om meteen “de zonde” te roepen is iets te kort door de bocht. Iemand heeft het eens zo naar mij geformuleerd: “Jan, jij hebt een gezagsprobleem.” Dat wist ik al. Maar betekent dit, dat iemand die zich gezeglijk naar het praatje begeeft en zich voegt naar het over hem gestelde gezag, geen gezagsprobleem heeft? Zijn gezagsprobleem kan net zo groot, of misschien wel groter zijn, alleen manifesteert het zich anders. Eigenlijk hebben we allemaal een gezagsprobleem.

Gezag bevragen en gedwee voegen zijn  slechts uitingen. Het hart erachter kan hetzelfde zijn. Iemand kan zich gedwee voegen omdat angst voor straf hem motiveert. De ander die zich manifesteert als non-conformist kan dat doen vanwege zijn negatieve ervaringen met eerder (misbruik van) gezag in zijn leven. Is het een beter dan het ander?

Waarom gehoorzaamt een gelovige God? In onze kerken groeien we op met het idee dat we Zijn gezag nooit mogen bevragen. Gedwee en gehoorzaam volgen wordt gezien als een deugd en uiting van nederigheid. De verkenning van de vraag “waarom” wordt al gauw geassocieerd met rebellie en geassocieerd met zonde.

“Leer mij volgen zonder vragen,” klink heerlijk heilig en berustend het zo bekende lied. Echter, nergens in de Bijbel worden we opgeroepen om te volgen zonder vragen. Alsof er een bordje om Gods nek hangt met daarop de woorden, “Verboden vragen te stellen. Wat Ik doe is altijd goed. En daarmee zul je het moeten doen.” Dat “vragen” wordt door ons snel geassocieerd met kritiek. De betekenis van “vragen” is echter meer een zoektocht naar zin en betekenis. En daar is denk ik niets mis mee. Wanneer iets zin en betekenis krijgt wordt het volgen en gehoorzamen alleen maar rijker en de onderwerping aan Zijn wil dieper.

26 januari 2010

India 17, In elkaar's macht

De pronk van de Jordaan ligt verwoest. Ik durf de parallel aan met de kroon op God’s schepping die, onder Zijn macht vandaan, is overgeleverd aan de macht van zijn naaste (Zach. 11:6). Aan elkaar overgeleverd staan we in een machtsverhouding tot elkaar. Status, kaste, opleiding, vermogen bepalen wie wie mag dienen of commanderen. Je hoeft er niets voor te doen. De machtsverhoudingen zullen niet altijd aan de buitenkant zichtbaar zijn, ons hart weet wel beter!

Gisteren met wat medestudenten een vorig jaar afgehaakte studente opgezicht. Twee uur met de autoriksja heen, anderhalf uur in het centrum van Secunderabad met haar krankzinnige verkeer gewacht, een uur gegeten en anderhalf uur terug. De stroom bedelaars die in die anderhalf uur van wachten me aanklampten eindeloos en de aanklacht in mijn hart meedogenloos. Wie krijgt wat en wanneer stop ik. De een geeft nooit. Uit principe niet of omdat er een complottheorie heerste die de Indiërs doet geloven dat de bedelaars eigenblijk stinkend rijk zijn en verenigd zijn in bendes. Ik trek een grens als de muntjes op zijn en er alleen papiergeld in mijn portemonnee zit. Maar, zegt een stemmetje in mijn hart, als je dat ook weggeeft zit er zelfs nog geen deukje in mijn bankrekening. Ik troost me met de gedachte dat niemand papiergeld weggeeft en verschuil me de meerderheid.

En zo sta ik daar. In hevig conflict met mezelf. Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik voel me machteloos en hypocriet.

Ja, het hart is arglistig en de stroom bedelaars schijnbaar eindeloos. Het conflict gaat niet weg en ik realiseer me dat mijn probleem pas echt groot is als dat wel zo zijn.

25 januari 2010

India 16, Doorgespoeld potentieel

Het klinkt wat vergezocht en de gemiddelde westerling zou niet zou gauw op het idee komen maar de twee belangrijkste hindernissen voor de opleiding van jonge meisjes uit de landelijke gebieden in India zijn transport en toiletten. De infrastructuur van het openbaar vervoer is ontoereikend. Waar jongens nog kunnen liften is het gebrek aan of ontbreken van OV voor meisjes een onoverkomelijke hindernis. Dus haken ze voortijdig af en blijven ze thuis.
Slechts de helft van alle openbare scholen heeft toiletvoorzieningen. Van de scholen die wel toiletvoorzieningen hebben heeft 4 op de 10 geen aparte vorzieningen voor meisjes, is bijna 15% van de toiletten permanent op slot en is 50% onbruikbaar. Waar de jongens nog een boom of een muur op kunnen zoeken houdt het hier voor de meisjes echt op. Zelfs in een grote stad als Mumbai is de drop-out onder meisjes hoger dan bij de jongens vanwege het ontbreken van sanitaire voorzieningen.
India heeft nog een lange weg te gaan. Goed om even bij stil te staan als je straks de WC doorspoelt.
(Bron: The Hindu, Zondag 24 Januari)

De toegang naar de campus

Hier je auto maar niet parkeren

24 januari 2010

India 15, Prijskaartjes

Ik zit aan tafel met een Indiaas echtpaar en een jongeman uit een streng moslimland. Deze man is zes jaar geleden tot radicale bekering gekomen. Hij vertelt over dromen, visioenen en interventies van God. Zijn leven is er niet gemakkelijker op geworden maar aan terugkeren naar de uitzichtloosheid van religie moet hij niet denken. Teamleden worden met de dood bedreigd en hij wordt vrijwel de gehele dag in de gaten gehouden. Naar een kerk gaan brengt anderen in gevaar dus komt hij ondergronds samen met een aantal andere gelovigen. GSM telefoons en landlijnen worden afgeluisterd en openbare telefoons kunnen vaak maar enkele keren worden gebruikt. Altijd en overal moet men waakzaam en voorzichtig zijn. Regelmatig worden christenen vermoord om hun geloof.

Het echtpaar vertelt over twee aanslagen, eenmaal met zelfgemaakte bommen en de tweede maal heeft men geprobeerd hun huis in brand te steken. De schade bleef beperkt tot een uitgebrande motorfiets.

Christus is een aanstoot voor de wereld en het volgen van Hem leidt tot haat, doodslag en verbanning van familie en vrienden. Waarom ergert de wereld zich zo aan Christus? Er zijn heel wat redenen te bedenken waarom goeddoen in Jezus naam kan rekenen op de haat van velen maar welke je ook bedenkt, elke logica eraan ontbreekt!

Wat me opvalt is, dat waar de prijs voor het volgen van Jezus het hoogst is, de toewijding aan Hem alleen maar groter lijkt te worden en het geloof en vertrouwen in Hem eenvoudiger. Dat is een generalisatie, want er zijn er velen voor wie het prijskaartje te hoog is en daarom afhaken.

Als ik het leven in het verwende Nederland er tegenover zet is mijn geloof een geloof op en rondom het pluche. Onze “problemen” in de Nederlands kerk zijn vooral luxe problemen waardoor we vanuit onze luie stoelen kunnen zeuren over wel of niet een schepping in zeven dagen, wel of geen opname van de gemeente, en elkaar met theologische, filosofische en wat voor “ische”pijlen dan ook kunnen bestoken. En, hoewel die strijd in z’n algemeenheid een gentlemenachtig karakter heeft, met her en der wat vuur, vuil en gifspuwerijen (kijk eens op CIP platform en zie hoe reacties op artikelen en opinies soms ontaarden in een heksenjacht), blijven we naar elkaar glimlachen.

Vandaag sta ik stil bij de duizenden die lijden om Christus wil en de velen die vandaag om Zijn naam gedood zullen worden. Ik denk aan hen die aan theologische discussies niet toekomen omdat de essentie van het volgen van Jezus, God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf, hen al genoeg kopzorgen bezorgt. Voor hen geen uitverkoop met kortingen tot wel 90%.

p.s. Vandaag gigantisch door mijn rug gegaan bij het doen van mijn wasje. Misschien omdat het zondag was en ik in de kerk zou hebben moeten zitten? Ik schuifel als een oud gebogen mannetje over de campus.

23 januari 2010

India 14, Pizza en gezichtsverlies

De rust in Hyderabad is weergekeerd en de winkels en scholen zijn weer open. Ook Domino's pizza. Tussen alle curry's door is een pizza vreselijk lekker! Vandaag nog negen lesuren en dan morgen zondag! De professor communicatie en de decaan van de college hebben een communicatieprobleem. De een denkt dat de ander dit zegt en andersom. Wij, arme studenten, zijn de dupe maar dat valt dit keer in ons voordeel uit.

De prof verkeert in de veronderstelling dat er een examen gedaad moet worden; het college zou dat vereisen. Maar het is een misvatting en dat proberen wij hem al de hele week duidelijk te maken. Maar hoe meer wij ons best doen om het te overtuigen van zijn ongelijk hoe vastberadener de prof zich vastbijt in zijn veronderstelling. Een klassiek voorbeeld van gevoeligheden in interculturele communicatie. De prof is chinees en zijn ongelijk toegeven zou voor hem gezichtsverlies betekenen. Derhalve krijgen we nu een "open boek" examen mee naar huis. Dat betekent dat het onmogelijk is om een onvoldoende te halen en ik beschouw dit subject dan maar als een freebee. Geen 1000 bladzijden lezen en een samenvatting of kritiek schrijven of een communicatieplan ontwerpen maar een ouderwets examen. Grappig en toch leuk.

22 januari 2010

India 13, Gesloopt

Je zou verwachten dat een lichaam na 10 dagen, 90 lesuren en nachten met nauwelijks slaap helemaal gesloopt zou zijn. Nou, nee dus. Tot drie uur vanmorgen lag ik wisselend met wijd open ogen en boeken lezend, zuchtend te wachten op het zandmannetje dat maar niet kwam. Als kind had ik die fantasie al en bad regelmatig of God het zandmannetje snel langs wilde sturen. Toen al verpest door de media; ik ben namelijk opgegroeid met Klaas Vaak.
Dat was een soort Sesamstraat maar van anders. Het was ook het enigste programma waar je rondom die tijd naar kon kijken want Nederland twee bestond toen volgens mij nog niet.

Enfin, het zandmannetje kwam ultra laat en om zes uur bonkte m’n overbuurman op m’n deur om me eraan te herinneren dat we samen zouden gaan hardlopen. Die heb ik in z’n eentje India ingestuurd, ben toen nog vijf minuten blijven liggen en er toch maar uitgegaan. Het zandmannetje had wel heel erg weinig zand in mijn ogen gestrooid.

Tussen de bedrijven door houd ik de dagelijkse stroom van Member Care gerelateerde E-mails bij. Best wel lastig omdat in mijn gedachten OM en Member Care ver weg lijken maar dat is slechts illusie.

Vandaag vol goede moed er tegenaan! God is goed en ik ben een bijvoorrecht en dankbaar mens.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...