31 mei 2009

Terugbladeren

Een gewoonte die ik al zo'n twintig jaar bezig is het vrijwel altijd meezeulen van een notebook. Daar schrijf ik van alles in. Aantekeningen, dingen die ik beloof te doen, losse gedachten, ingevingen enz.. Eens in de zoveel tijd ga ik door die talloze notebooks heen, scheur eruit wat weg kan en bewaar wat ik wil bewaren. "Briljante" vondsten en prive aantekeningen worden in een groot blik bewaard.
Vandaag bladerde ik door een van mijn "2005 notebooks" en kwam daarin enkele observaties tegen, waarvan ik natuurlijk allang vergeten was dat ik deze ooit gedaan had. Toch, door het op te schrijven maak je er ook een mentale aantekening van en deze gaat dan een eigen leven leiden en bepaalt mede beslissingen en verdere gedachten.
Op 28 oktober 2005 schreef ik (mijn agenda raadplegend blijkt dat onderweg van Chicago naar Amsterdam te zijn gebeurd):
Toekomst; wat, waarom, waarmee, wie, enz..
Brandaris: blijven tot 2009 (proces is in beweging, voldoende ruimte om te ontwikkelen)
Cruciale zaken die m.i. moeten veranderen:
  1. Zondagdienst (doorontwikkelen. Extra dienst op de avond mogelijkheid?)
  2. Structuur leiderschap (werk met taakomschrijvingen en verbreedt structuur)
  3. Jongerenwerk (zit vast binnen Brandarisstructuur)
  4. Kringen (gemeente in kringen)
  5. Missionair gemeente zijn (plaatselijk en wereldwijd)

Grappig om dat terug te lezen. Op een aantal punten zijn echt wel meters gemaakt maar over het algemeen is mijn beleving dat de meerderheid het eigenlijk wel prima vindt zoals de zaken nu lopen. Gretigheid naar groei is er niet echt.

Een bladzijde verder staat:

Hoe zou een (zondag)avond in Brandaris eruit kunnen zien?

  • Informeel
  • Waarkheid samen verkennen
  • Provocerende liefde
  • Kleine groepen
  • Herstel, genezig, vergeving
  • Kunst en muziek

Wat perse niet?

  • Gelikte 'worship"
  • Jargon

Dan staat er nog een aantal aantekeningen die onder de categorie "prive" vallen en die gaan dus in het blik. Dat zijn, in dit geval, subjectieve observaties en conclusies over hoe ik het leiderschap van de Brandaris beleef.

Onderaan de pagina:

  1. Staat Christus voor dezelfde zaken als waar het Christendom voor staat?
  2. Liefhebben, hoe doe je dat nu precies?

Op de eerste vraag kan ik antwoorden: Heel vaak niet

Het antwoord op de tweede vraag is dat het niet gaat om de juiste omschrijving maar om de juiste daad.

30 mei 2009

Àbsolutely phenomenal

Er zijn van die dagen dat alles mee lijkt te zitten. Nu is deze dag nog niet zo oud en we hebben nog heel wat uren te gaan (het is nu 06.30) maar "so far, so good". Om 05.15 klaarwakker en vol energie; eruit en "LEVEN". Hardlopen op een tijdstip dat de vogels wakker worden en het ochtendgloren begroeten. Een perfecte temperatuur om in hard te lopen. Tegen zessen komt de zon op tegen de achtergrond van een volkomen wolkenloze lucht. Een mok "typhoo" thee en lezen over Paulus die aan de Korintiers uitlegt waarom hij zo z'n best doet om anderen voor Christus te winnen (uit ontzag voor God). En, over een half uur de zaterdagkrant. Daar ben ik wel een uurtje mee zoet en kan dan om acht uur aan d slag met m'n huiswerk. Een paper over de zendingsvisie van de reformanten (zoals Luther en Calvijn). Daarbij moet ik m'n eigen research doen omdat in de vijf boeken die de prof. te lezen geeft er slechts een paragraaf te vinden is waarin daar iets over medegedeeld wordt. Bovendien is dat wat er wordt gezegd nog eens in strijd met wat anderen beweren. Ach, als ik dat er allemaal bijhaal wordt het voor de prof ook leuk om te lezen.
Google is een geweldige hulp. Veel oude boeken zijn er online te lezen en te downloaden.
De krant ploft op de derumat. Ik moet gaan.

28 mei 2009

Jones over kapitalisme en behoeften

Nogmaals een stukje uit E. Stanley Jones' "Aan u de beslissing". Een geweldige analyse (vind ik).

„Aan ieder naar behoefte en van ieder naar vermogen” is in de economie een even definitieve gedachte als in de mathematiek: „twee maal twee is vier". Het moderne socialisme heeft deze stelling aanvaard, maar de Christenen zijn hier reeds vanuit hun eigen principes toe gekomen en hebben het toegepast lang voor het moderne socialisme was uitgedacht of iemand er van ge­droomd had. Waarom wij een gedachte zouden moeten loslaten omdat een ander hem aanvaard heeft, is mij niet duidelijk. De tegenwerping wordt misschien gemaakt, dat het eerste deel van de stelling „aan ieder naar behoefte" wèl gevonden wordt in de Christelijke maatschappij, maar het tweede „van ieder naar ver­mogen" nièt; maar dat is onjuist. „Wie niet werkt, zal ook niet eten". Zulk een uitspraak laat aan duidelijkheid niets te wenschen over! Het is van het grootste belang, dat we die twee pun­ten beide vasthouden, want „aan elk naar behoefte" zonder „van ieder naar vermogen" zou vastloopen en parasitisme kweeken. Samen zouden ze de ideale economische basis vormen van een Christelijke maatschappij. Nooit zal ik gelooven, dat er een betere basis te vinden is. Dit is definitief. We kunnen ons in allerlei bochten wringen en protesteeren en argumenteeren, maar ten slotte zal deze stelling ons oordeelen, want het is de definitieve grondslag van het economische leven. Het Christendom, dat dit kind heeft ontvangen en ter wereld gebracht, had het nooit mogen verstooten om het door „ismes" van allerlei kleur te laten opvoe­den. Laten we het terughalen en als ons eigen kind erkennen.
Als de tegenwerping gemaakt wordt, dat dit experiment van de eerste Christenen ten slotte is mislukt en dus niet als voorbeeld kan dienen, dan is het antwoord eenvoudig: het is niet mislukt, omdat het op zichzelf onjuist is, maar omdat het slechts ten deels is toegepast. Het was een coöperatieve consumptie-eenheid, maar geen coöperatieve productie-eenheid, en omdat het principe dus slechts ten halve toegepast werd, mislukte het experiment, zooals met alle halfheden het geval is. Het principe is niet mislukt, maar de toepassing. We moeten het principe weer te voorschijn bren­gen en het nu niet alleen op de distributie en de consumptie, maar ook op de productie toepassen. De productiemiddelen moe­ten in de handen van allen zijn voor het welzijn van allen, en niet in handen van enkelen... voor de exploitatie van velen.
Dit is de meest ernstige beschuldiging die tegen het economische stelsel van onzen tijd kan worden ingebracht: het is niet gericht op de voldoening van behoeften. Professor Forsey zegt: „Voor het kapitalisme is „behoefte" onbelangrijk. De kapitalistische in­dustrie bestaat niet om in behoeften te voorzien, ze bestaat om winst af te werpen. Het voorzien in behoeften, de „dienst aan het publiek" is daarbij slechts een toevalligheid. Als het rendeert" krijgen we wat, anders krijgen we niets". Dit is geen ethisch oordeel over het kapitalisme, het is eenvoudig een feit; een feit dat waar blijft, geheel onafhankelijk van de zedelijke en intellec­tueele kwaliteiten van de kapitalisten persoonlijk" (Towards the Christian Revolution, pag. 101). Dat is heelemail in overeen­stemming met de uitspraak van het Hoog Gerechtshof van Michi­gan in het proces van Dodge contra Ford: „Een onderneming wordt georganiseerd en in stand gehouden ten behoeve van de winst der aandeelhouders". Dat „behoefte" tenslotte de grondslag zal moeten zijn voor een oplossing van de economische wereldproblemen, blijkt uit de conclusie waartoe een professor van de Columbia University komt, wanneer hij den inhoud van zijn wetenschappelijk werk over „Fascisme en Nationaal-Socialisme" aldus samenvat: „Zoo komen we tot de misschien niet zeer origineels conclusie, dat de beste methode internationale conflicten te vermijden een politiek is, die is gebaseerd op de erkenning van de rechtmatige behoeften van andere volken". (Florinsky, Fascism and National Socialism, pag. 276).

Deze eenvoudige uitleg van het kapitalisme helpt mij om opnieuw te begrijpen waarom er van alles mis in in onze samenleving, economien ineen storten en mensen elkaar naar het leven staan.
Het koninkrijksmodel staat "ieder naar behoefte voor". In een gezin dat aan de maaltijd zit, zal de sterkste nooit alle vlees (of ander lekkers) opeisen maar op natuurlijke wijze wordt het aangebodene onder de aanwezigen verdeeld. Het gezin als model voor een gezonde economie is zo'n gekke gedachte niet. Het loslaten van het gezin als model en de rechten van het individu centraal stellen, leidt onherroepelijk tot scheefgroei, ongezonde concurrentie, onrecht en misbruik.



26 mei 2009

Hoog en Laag

Langzaam lees ik door Stanley's boek "aan u de beslissing". Bladzijde voor bladzijde, woord voor woord.
Door andere boeken, zoals de vijf boeken die ik moet lezen om de vraag "Hoe interpreteerden de Reformanten de zendingsopdracht?" te beantwoorden, blader ik wat en lees her en der een stukje en haal daar af en toe wat van aan in m'n opdracht.
De boeken van Stanley Jones zijn stuk voor stuk de moeite van het lezen waard. Het boek dat ik nu lees schreef hij zestig jaar geleden. Het heeft een hoog profetische gehalte en het bepaalt me bij de aloude waarheid dat de mens maar bitter weinig van zijn eigen geschiedenis wenst te leren.
Al zijn boeken zijn slechts in het antiquariaat te verkrijgen. Een aardige zoekpagina vind je hier.
Hieronder nog enkel van zijn gedachten.

Het ligt in de natuur van de liefde, af te dalen in de smarten, de pijn en de zonden van anderen en zich daarmee te vereenzelvigen. Jezus heeft Zich, als de verpersoonlijking van de
liefde, vereenzelvigd met onze smarten, onze pijn en onze zonden. In Zijn plaatsvervangend lijden is Hij onoverwinnelijk. Het lagere koninkrijk overwint door anderen te doen lijden, het Hoogere Koninkrijk overwint door het lijden voor anderen te aanvaarden. De wil te leven, ook al sterven anderen (de levenswil van het lagere koninkrijk), wordt tot den wil, dat anderen leven, ook al sterven wij zelf (de levenswil van het Hoogere Koninkrijk). Het Hoogere Koninkrijk vertegenwoordigt een nieuw type van kracht: het overwint het kwade door het goede, haat door liefde, duister­nis door licht... en de wereld door een kruis. Er is een man ge­weest, die door den nevel der dingen drong en zag, waar het ware Koninkrijk lag en zei: „Heer, gedenk mijner als Ge in Uw Koninkrijk gekomen zijt". Hij ontsnapte uit de boeien van het lagere naar de verlossing van het Hoogere Koninkrijk.
Jezus stierf. Maar stervend deed Hij, wat de dramaturg den centurio tot Maria zeggen laat: „Vrouw, ik zeg u dat deze uw zoon, verworpen, bespuwd, gekruisigd, heden een Koninkrijk heeft opgericht, dat nimmermeer zal vergaan. Hier op dezen heuveltop is heden iets gebeurd, waardoor de koninkrijken, die op bloed en vrees gegrond zijn, zullen worden geschokt. De zacht­moedigen, de vreeselijk zachtmoedigen staan op het punt hun erfenis te aanvaarden. De aarde behoort hun."
Zoo is het; het Koninkrijk vertegenwoordigt een hoogere, ideëele realiteit en al wordt die Realiteit gemarteld en gekruisigd en be­graven; het staat wederom op uit de dooden — het herneemt zijn rechten. Want het leven wil zonder dat Koninkrijk niet function­neeren.
nemen.

E. Stanley Jones, Aan ons de beslissing (Amsterdam: H.J. Paris, 1938), 42-3

24 mei 2009

Hollandse diepgang

Het eerste wat de terugkeerders uit warme landen te horen krijgen als ze door de schuifdeuren "aankomst 1, 2 of 3" op Schiphol zichtbaar worden en ophalende geliefden hen om de nek vliegen, zijn zaken zoals:
"Ohhh, wat zijn jullie bruin geworden".
"Ja, tien uur geleden zaten we nog in 35 graden"
"Tjonge jonge, hoe is het mogelijk"
"En, trouwens, wat zijn jullie vroeg, het vliegtuig zou pas om tien uur landen en jullie waren er al om vijf voor tien".
"Tja, wind mee zeker."
"Weet je dat tante Ans een nacht in het ziekenhuis heeft gelegen nadat ze geholpen was aan een ingegroeide teennagel? Het was een kompleet drama."
Zo'n zelfde gesprek op niveau vond plaats aan het tafeltje naast ons toen Martha en ik op woensdagavond zaten te eten in "Ie-Sicht", aan het Friese water.
De vier mannen kwamen later binnen en gingen weg toen wij nog zaten na te tafelen.
Een van de mannen probeerde een uur lang de andere drie te overtuigen van een route (waarschijnlijk naar een vakantiebestemming) die minder fileleed zou opleveren. Ik begreep uit het "gesprek" dat de eerste stop ergens in Limburg zou zijn. Terwijl de ene man z'n best deed, deden de andere drie heel erg hun best om tussendoor nog andere gesprekjes met elkaar te voeren. De eerste man had waarschijnlijk al teveel bier gedronken en zette z'n redevoering luid door, ongevoelig voor welk verbaal-, en non-verbaal signaal van de overige drie, waaruit duideijk bleek dat hij beter z'n mond kon houden.
Een van de gesprekspartners probeerde om de vijf minuten in te breken met de mededeling dat "we er niet over kunnen praten, want we zijn niet voltallig". Ik stelde me zo voor dat voltallig betekent dat ze met tien mannen om een tafel zitten en over de mogelijke routewijziging praten om dan na drie uur, veel bier en rode hoofden, alles bij het oude laten.
Overigens zijn Nederlands erg luid in gezelschappen (in vergelijking met andere culturen). Het lijkt wel dat, als Nederlanders in groepen optrekken, de rest van de wereld voor hen ophoudt te bestaan. Het vervelende is dat, ook al wordt er veel herrie gemaakt, het meestal nog steeds nergens over gaat.
Misschien is het de leeftijd maar ik tref mezelf steeds vaker zwijgend aan. Er wordt al zoveel lawaai gemaakt. Laten we het, of ergens over hebben, of in stilte genieten van uit- en vergezichten en de tijd doorbrengen met het verkennen van gedachten, gevoelens en vragen om zodoende tot iets zinnigs te komen als we dan onze mond een keer open doen.

22 mei 2009

Zweten onder canvas

Zo'n 1100 mensen uit negen verschillende kerken uit Opende en omgeving, stroomden de grote witte tent in. Voor de gelegenheid had ik m'n camouflage jasje/dasje aan. De vraag die ik mezelf en het publief stelde was wat Jezus nu eigenlijk aan het doen is? Hij is naar de hemel "opgevaren". Vaart Hij nu nog steeds? Ligt Hij in een hangmat uit te rusten? Is Hij huizen aan het bouwen? Zit Hij gewoon stil aan de rechterhand van de Vader? Of wacht Hij misschien passief totdat God alle vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten heeft gemaakt? Is hij betrokken bij een eindeloze rechtzaak waar Hij voor al Zijn volgelingen pleit? Dat laatste zou Hem aardig bezig moeten houden omdat er voor al Zijn volgelingen wel wat te pleiten valt.
De Bijbel stelt enkele beelden voor die ons helpen om een soort van driedimensionale voorstelling te kunnen vormen van waar Jezus zich nu mee bezig zou houden.
Hij zit. Eens en voor altijd heeft Hij het offer voor de zonde gebracht. Hij is daar klaar mee en het hoeft niet nog eens een keer over gedaan te worden (hoewel sommigen dat wel aardig zouden vinden, een soort van een priveverlossingkje omdat we het maar moelijk kunnen geloven dat onze misstappen ook binnen Zijn vergevingsaanbod passen).
Terwijl Hij zit, bouwt Hij, en pleit Hij....
De zon breekt door en de temperatuur stijgt. Na tien minuten merk ik dat er waarschijnlijk geen draad van m'n overhemd meer droog is.
De dirigent van de "Lord's Moor Singers" fluistert me in het oor dat ik vergeten ben om ze twee liederen te laten zingen. Dat moet dan maar meteen na m'n preek voordat de zaal weer mee mag zingen.
We zingen met ondersteuning van een orgel. De organist weet behoorlijk de weg over de toetsen en pedalen. Wilde voor- en tussenspelen wisselen het dragen van de coupleten af. Hij heeft er zichtbaar zin in.
Na afloop de talloze korte gesprekjes. Een oud baasje heeft een aardige openingszin: "Dus u bent een bekeerde?" Mijn reactie: "U niet dan? Wat moet Jezus nog meer voor u doen dan?"
Het is een van de grootste leugens die al eeuwenlang het denken en het hart van miljoenen verlamt. Bekering is een weloverwogen beslissing van het individu. Het wachten op God totdat Hij die beslissing voor ons neemt, houdt nog steeds tienduizenden bij Christus vandaan.

Na de dienst de barbecue. De rij is zo groot dat Martha en ik het opgeven en na een uur vertrekken om bij de man met de gouden bogen te gaan eten.

21 mei 2009

60 jaar later

Stanley Jones (1884-1973) schreef in 1938, temidden van de opkomst van het communisme en het fascisme, zijn boek "Aan ons de beslissing", over de relevantie van het koninkrijk van God hier en nu. Mensen hadden het idee dat ze of voor het communisme, of voor het fascisme moesten kiezen. Stanley Jones stelde als escape voor om het Koninkrijk van God hier en nu gestalte te geven.
Een aantal woorden uit boek:

Het Koninkrijk

Een bisschop heeft eens, in wat hij zelf waarschijnlijk beschouwde als een vernietigende critiek op een van mijn boeken, gezegd: „Stanley Jones schijnt bezeten te zijn van de gedachte van het Koninkrijk Gods op aarde." Toen ik dat las, sprong mijn hart op van blijdschap, en ik dacht: „God geve, dat dat waar is. Want dat zou een heerlijke bezetenheid zijn." Als ik van iets bezeten moet wezen, als iets me moet aangrijpen, me beheerschen, indien ik aan iets mijn trouw verpanden moet, dan hoop ik, dat het dit zal zijn... en ik zal u zeggen waarom.
Maar voor ik dat doe, wil ik u eerst even vertellen, dat er in den godsdienst in het algemeen en in het Christendom, zooals het tegenwoordig is georganiseerd, in het bijzonder, werkelijk niet veel is, waarvan ik bezeten ben. Dat alles lijkt zoo onbelangrijk, het is er, als we de wereld van tegenwoordig zien, zoo vreeselijk naast! Het is gedoemd, onder te gaan, omdat het zijn beteekenis, zijn actualiteit, verloren heeft. En allerminst ben ik bezeten van een opvatting, die dezelfde bisschop in hetzelfde tijdschrift ten beste gaf: „Het Christendom is te vereenigen met ieder economisch stelsel, mits de persoonlijke vrijheid er niet door aangetast wordt." Is werkelijk de persoonlijke vrijheid het eenige criterium? Vrijheid om wat te doen? Om te leven op ieder willekeurig peil van maatschappelijken welstand, in een half verhongerde wereld? Dat criterium gaat uit van een zuiver persoonlijke opvatting van het Christendom; het uitgesproken sociale karakter van de leer van Christus wordt daarbij geheel over het hoofd gezien. Van zulk een opvatting kan ik in dezen tijd onmogelijk bezeten zijn. Want de nood dezer wereld heeft twee kanten. Ten eerste is zeer zeker het zedelijk peil van het individueele leven gedaald. Vele oude zekerheden zijn uit het leven van den modernen mensch verdwenen. Hij heeft zijn geloof niet opgegeven, het is hem ontsnapt. Het is opgelost in het bijtend zuur van het moderne denken. Hij zou graag willen gelooven, want het leven zonder den ,Grooten Kameraad" is wel zeer eenzaam. Bovendien blijkt het moeilijk, nog eenige waarde vast te houden, als die eene, centrale waarde, God, eenmaal is weggevallen. Wie zijn hemel verliest, verliest ook spoedig zijn aarde. Niemand kan lang blijven gelooven in den mensch, zonder te gelooven in iets, dat grooter is dan de mensch en dat hem bestendigheid en beteekenis geeft. De moderne mensch lijdt daarom aan een innerlijke leegte, hij leeft in een op alle manieren „gedevalueerde" wereld. Ten tweede ziet hij het maatschappelijk stelsel, waarop hij zoo vast vertrouwde en dat ook zoo betrouwbaar leek, onder zijn oogen ineenstorten. Het gaat te gronde door zijn innerlijke tegenstrijdigheid en spanning. Hij voelt de behoefte aan iets, dat aan de sociale verhoudingen hun vastheid hergeven zal, iets, dat hem de zekerheid geeft een basis te bezitten voor zijn maatschappelijk leven, zoodat het niet steeds heen en weer slingert tusschen fantastische verwachtingen en volslagen wanhoop. De moderne mensch is dus op twee plaatsen gewond en heeft behoefte aan een dubbel remedie; aan iets dat zijn innerlijk leven nieuwe kracht geeft en tegelijkertijd een basis kan vormen voor de sociale en maatschappelijke verhoudingen, die nu op losse schroeven staan. Ik kan slechts bezeten zijn van iets, dat aan die dubbele behoefte voldoet. Er is in de godsdienst veel, dat daar niet aan voldoet. Daarvoor heb ik de belangstelling verloren.

20 mei 2009

Thuis

Thuiskomen: het hoogtepunt van elke reis!
Thuiskomen: de onherroepelijke stapel werk die zonder pardon groeit.
Thuiskomen; het besef dat ik een zeer gezegend en bevoorrecht mens ben.
Thuiskomen; naar bed willen gaan maar moet wachten tot de EO (Hoedoejijdat.nu) belt met de vraag van een luisteraar die ik poog te beantwoorden (eens in de zoveel weken werk ik daaraan mee).
Thuiskomen; de volgende trip plannen. Morgen spreek ik in Opende op de jaarlijkse evangelisatiedagen. Zo'n duizend man in een grote tent. Vanmiddag reizen Martha en ik alvast naar het Noorden en overnachten in een hotel in Oudega.
Thuiskomen; de stapel post wegwerken. Het is altijd een verrassing welke dikke enveloppen welke boeken bevatten.

Dit keer onder andere een boek dat ik in een antiquariaat heb gekocht van Stanley Jones, Aan ons de beslissing (Amsterdam: H.J. paris, 1938), waarin hij schrijft over de 'onmogelijkheid van de scheiding tusscheen persoonlijk en maatschappelijk leven' (vanuit het perspectief van het koninkrijk van God).
Een tweede boek is "Return from tomorrow", het verhaal van een 20 jarige soldaat die stierf en negen minuten later weer tot leven komt.
Hieronder nog wat plaatjes uit het Drakensberg gebied in Zuid-Afrika.

Drakensberg







Samantha en Ellen, een weekend lang giechelen









18 mei 2009

Zuid-Afrika, laatste dag

De dominee wil zich laten dopen. Toen hij het aan de kerkenraad meedeelde bleek dat zes van de acht leden zich de afgelopen jaren elders had laten dopen en dat al die tijd stil hebben gehouden. Er gebeuren wonderlijke dingen in deze NG kerk. Als de dominee zich laat dopen betekent dat waarschijnlijk het eind van zijn 'carriere' binnen de NG kerk. Het is mooi om te zien hoe schijnbaar dode kerken tot leven komen. Gisteren sprak ik over Jezus die bij tijd en wijle ' cultureel ongewenste en ongepaste' dingen doet. Bijvoorbeeld in Johannes 4 waar hij een gesprek begint met een Samaritaanse vrouw. Wilde Hij provoceren? Rebels zijn? Jezus had maar een agenda en dat was het doen van de wil van de Vader; koninkrijkszaken! Als het koninkrijk van God je 'te pakken' krijgt, verandert alles. Dan wil je je leven overeenkomstig de wil van God inrichten. Tja, en dan kan het gebeuren dat een hervormde dominee besluit om de geloofsdoop in praktijk te brengen.
We zijn onderweg naar Johannesburg. Nog een paar uur reizen. We hebben zojuist heerlijk ontbeten in een klein wegrestaurantje. Vanavond laat vliegen Ellen en ik terug en hopen morgen om 10.30 te landen. Foto's volgen.

16 mei 2009

Zuid-Afrika, dag 16. Winterton

Aan de voet van de Drakensberg ligt Winterton, zo'n twintig kilometer ten Westen van de N3, de tolweg van Johannesburg naar Durban. De deels onverharde weg met her en der flinke gaten is het laatste stukje van de vier uur durende reis. De duisternis en de afwezigheid van enige straatverlichting maakt het vinden van het huis van mijn vrienden wat ingewikkelder maar toch vind ik hun huis sneller dan ik had verwacht. Gerard neemt ons mee naar de bed en breakfast annex hotel waar we gastvrij worden onthaald door een echtpaar dat het complex beheert. Het drie gangen diner met daarbij vrij gebruik van de bar stemt ons, op z'n zachtst gezegd, positief en meteen na de maaltijd zien we al uit naar het ontbijt.
Vandaag gaan we richting ' de berg'. Helaas kan ik niets laten zien. Al een week geen toegang tot internet. Mijn blog houd ik bij door een mail vanaf mijn telefoonnte zenden. Typen met de nagels van de twee duimen is echter niet de meest ideale manier van typen.
Ik hoop wel z.s.m. Wat te kunnen laten zien wat de Drakensberg is toch wel een van de mooiste plekjes die onze aarde te bieden heeft.
We voelen ons bijzonder bevoorrecht dat we hier een paar dagen kunnen zijn en dat deze bijzondere vrienden alles voor ons hebben geregeld.
Het is erg leuk om Samantha bij ons te hebben. Ik hoorde Ellen en Sam tot heel laat giechelen.

De gevende mens is een beter mens

Ik las onlangs het boek The Storyteller of Auschwitz van Siobhan Curham. In een van de eerste hoofdstukken ontmoet de hoofdpersoon, de Jood...